Dynamische Neurofeedback

23 mrt 2022

The whole brain approach   (nov ’14 in het VNGK – bijgewerkt mrt ’22)

Neurofeedbacktraining kreeg in aanvang in Nederland vooral bekendheid door zijn toepassing bij kinderen met ADHD en bleek in de praktijk een goed alternatief voor medicatie te zijn. Maar neurofeedback beperkt zich niet tot aandoeningen of probleemgebieden. In feite komt ieder brein voor de training in aanmerking. Onze hersenen spelen een centrale rol in onze lichamelijke en psychofysiologische processen. En de effecten van de trainingen zijn dan ook op alle lagen prettig kenbaar: fysiek, mentaal, emotioneel en spiritueel. Neurofeedback leert het centraal zenuwstelsel optimaler te functioneren en wordt ook wel fitness voor het brein genoemd.

Stromingen
Er zijn verschillende stromingen in het veld van neurofeedback, met ieder hun eigen technologie en visie.
Zo is er een grote groep die werkt op basis van een QEEG (kwantitatief EEG). Dit houdt in dat de trainer aan de hand van een eerste algehele meting van de hersenactiviteit enkele hersengolffrequenties selecteert die afwijkend zijn ten opzichte van een normatieve database, ofwel afwijkend in vergelijking met wat een ‘gemiddeld brein’ zou doen. In de daarop volgende periode worden specifieke frequenties (bijvoorbeeld thèta, 3-7 hertz of alpha, 8-13 hertz) omhoog of omlaag getraind in de richting van de beoogde waarde. Dit gebeurt door het geven van een beloning: wanneer de cliënt de gewenste hersenactiviteit produceert ziet hij bijvoorbeeld op het beeldscherm een autootje gaan rijden.
In ons land is inmiddels veel onderzoek gedaan naar deze benadering, die ervan uitgaat dat neurofeedback gebaseerd is op operante conditionering. Internationaal gezien onderscheiden de Nederlandse onderzoeken zich door de gedegen kwaliteit.

Een andere grote stroming in het veld kan het best aangeduid worden met integrale of dynamische neurofeedback. Integraal, omdat dit instrument in iedere sessie werkt met een uitgebreid hersengolf-frequentiespectrum (0-42 Herz – en sinds 2018 zelfs tot 64 Hz). Dynamisch, omdat de software zich voortdurend aanpast aan de responsen van het brein op de training zelf. Er is geen sprake van een diagnosticerende meting welke een behandelplan uitzet voor de daarop volgende periode. In plaats daarvan monitort de software op continue wijze de hersenen en geeft neurofeedback op de momenten waarop, ergens in de frequentiegebieden, flutter optreedt. Flutter in het EEG-signaal duidt op veranderingen in de corticale activiteit; het zijn momenten waarop het brein het ‘koppie er even bij mag houden’.

Dynamische neurofeedbacktraining stuurt het brein niet een bepaalde richting op, maar informeert enkel de hersenen. De software laat hen, op een fundamenteel aspect van hun functioneren, weten wat ze aan het doen zijn. Wat de hersenen met deze informatie doen is aan hen. Het zelf-organiserende vermogen van het brein staat voorop en de trainer faciliteert en begeleidt het transformatieproces. Nederland kent inmiddels vele trainers die met dit adiagnostische en non-invasieve instrument werken – coaches, complementair therapeuten en psychologen.

Hoe gaat het in zijn werk
In het geval van dynamische neurofeedbacktraining hoeft de cliënt niets te doen. De training werkt met onbewuste processen. Een groot deel van de feedback wordt enkel door het brein waargenomen en is voor de cliënt zelf niet eens zichtbaar of hoorbaar. Hij of zij zit in een comfortabele stoel en luistert naar muziek of kijkt naar een film. Sensoren op het hoofd meten de hersenactiviteit en deze wordt ingevoerd in het computerprogramma. De wiskundige algoritmen in de software ‘spreken de taal’ van het centraal zenuwstelsel. Wanneer de software flutter in het EEG-signaal bespeurt, worden geluid en beeld gedurende een microseconde onderbroken. Deze minieme interrupties die precies samenhangen met veranderingen in de hersenactiviteit, vormen de feedback voor het brein.

Een dag in de praktijk
De dag begint met een 15-jarige jongeman die zoals hij het zelf zegt: ‘zijn bedrading op orde komt brengen’. Door de wekelijkse training ervaart hij meer rust in zijn hoofd en merkt hij dat hij zijn huiswerk beter kan inplannen en in het algemeen zaken minder uitstelt.

Vervolgens een man van middelbare leeftijd die last heeft van zijn stemmingswisselingen en vandaag voor zijn derde sessie komt. Hij merkt nog niet zoveel, behalve dan dat hij wat beter slaapt en minder moe is. Zijn vrouw echter is heel duidelijk: ‘Hij is weer te hebben hoor’. Ze is blij.

De jonge vrouw daarna komt al een tijdje in de praktijk. Haar, voornamelijk mentale ongemakken zijn in de eerste tien weken al sterk verminderd. Ze ervaart ook dat de trainingen haar in beweging brengen. Na langdurige werkeloosheid wil ze nu iets voor zichzelf beginnen en dat roept een gezonde spanning op. Ze blijft met regelmaat terugkomen voor enkele ondersteunende sessies.

In de middag is een man, zelf relatietherapeut, ontroerd na zijn eerste sessie: ‘Ik mediteer al jaren, maar niet eerder heb ik zo’n innerlijke rust ervaren. Wat een vredig gevoel.’

Na hem een vrouw die zich komt oriënteren voor haar kinderen. Ze beproeft zelf eerst de training en na twee dagen mailt ze: ‘Wat een impact heeft dit op mij gehad. Ik sta nog steeds verbaasd van mezelf! Ik merk dat ik deze dagen veel rustiger en liefdevoller praat. De dingen meer met afstand bekijk, er niet direct bovenop zit. Wat een genot voor mij, maar ook zeker voor mijn gezin.’

De namiddag is gereserveerd voor kinderen. Mijn laatste afspraak is een gelijktijdige training voor moeder en dochter, naast elkaar. Ik zie hen graag. Het 10-jarige meisje verwoordde haar ervaring na drie trainingen heel treffend: “Ik kan in de klas beter opletten. Ik kijk minder vaak naar buiten en áls ik kijk kan ik ook weer wegkijken, terug naar mijn werk.”

Training, geen therapie
De werking van dynamische neurofeedbacktraining is niet gebaseerd op operante conditionering. De ontwikkeling van dit programma is geënt op de relatief nieuwe disciplines van chaostheorie en non-lineaire dynamica. Deze leren ons dat er flutter optreedt juist voordat we van de ene fase of staat overgaan naar de andere. De feedback attendeert het brein op flutter en de feedback nodigt uit terug te keren naar het heden. Met de onderliggende vraag: “Weet je zeker dat je dit wilt doen, is het nodig ?” Met deze ‘dode hoek’ informatie kan het brein leren kiezen om op dat moment onnodige processen los te laten.

Met de juiste informatie is het brein heel goed in staat zichzelf te reguleren. En het is belangrijk te onderstrepen dat ondanks de, vaak therapeutische ogende, effecten deze werkwijze allesbehalve therapie is. Het houdt zich verre van diagnoses en gebruikt geen protocollen om het brein een bepaalde richting op te bewegen. En vooral: het ‘geneest’ het brein niet. Dynamische neurofeedbacktraining bevordert energie-efficiëntie en helpt de intrinsieke kwaliteiten van veerkracht en flexibiliteit te herstellen.

Deel artikel

Aantal sessies

29% van de cliënten voltooide 20 tot 25 sessies;
en 19% voltooide 10 tot 15 sessies.

Ervaring van de sessie

42% van de cliënten vond de sessie rustgevend;
29% vond de sessie een prettige ervaring.

Veranderingen bij jezelf of in je dagelijks functioneren opmerken

48% van de cliënten merkte binnen 2 tot 5 sessies de eerste (subtiele) veranderingen op;
nog eens 29% van de cliënten merkte binnen 6 tot 10 sessies de eerste (subtiele) veranderingen op.

Veranderingen bij jezelf of in je dagelijks functioneren opmerken

29% van de cliënten merkte op dat de veranderingen duidelijker en meer stabiel werden binnen 5 tot 10 sessies;
19% van de cliënten merkte op dat dit binnen 10 tot 15 sessies gebeurde;
en nog eens 19% merkte niet dat hun veranderingen duidelijker en meer stabiel werden.

Een verergering van klachten of problemen tijdens het trainingstraject

33% van de cliënten ervoer helemaal geen verergering;
19% van de cliënten ervoer enige verergering;
9% ervoer aanzienlijke verergering;
en nog eens 14% van de cliënten ervoer een verergering die huns inziens geen verband hield met de training.

Intenties bij het starten van NeurOptimal®-sessies

63% van de cliënten begon met NeurOptimal®-sessies om symptomen, ongemakken en zorgen te verlichten;
16% van de deelnemers aan het onderzoek begon met sessies om hun prestaties te verbeteren;
en nog eens 16% voor persoonlijke ontwikkeling.

De door cliënten genoemde ongemakken en probleemgebieden

Bedenk dat iedere cliënt tot 3 ongemakken mag noemen. Ongemakken die minimaal 3 keer werden genoemd, zijn opgenomen in de tabel.

14 cliënten noemden rusteloosheid, stress of angst;
8 noemden overprikkeling;
5 cliënten noemden slechte slaap;
slechte focus of concentratie werd 5 keer genoemd;
4 noemden een laag zelfbeeld;
en 4 noemden vermoeidheid;
verminderde cognitief of executief functioneren werd 4 keer genoemd;
en 3 cliënten noemden hersenmist als ongemak.

Verlichting van de door cliënten genoemde ongemakken en probleemgebieden

Men kon maximaal drie probleemgebieden opgeven.

Deze gebundelde data zeggen nog niets over welk specifiek probleemgebied (zoals in vorige tabel getoond) op welke manier verschuift. De eindanalyse zal hier meer inzicht in kunnen geven.

Deze grafieken tonen een gebundelde verschuiving in hun eerst genoemde probleem (1.2), het tweede genoemde probleem (2.2) en het derde genoemde (3.2).

Onder elke tabel zie je in het rood ‘rapportcijfers’. Deze vatten de verschuivingen in de tabellen samen. Men scoorde het probleemgebied op “hoe vaak” en “de mate van ongemak”. In dit praktijkrapport is enkel “de mate van ongemak” meegenomen, welke het meest veelzeggend leek (en de trend van “hoe vaak” weerspiegelde).

Met de score van 3,48 naar 7,87 duidt het bureau een verbetering aan. Ofwel, de mate van het ongemak van het eerstgenoemde probleemgebied (gebundeld voor de hele groep) is afgenomen. Eenzelfde trend zie je bij de tweede genoemde klacht. En, in iets mindere mate, bij de derde.

Verschuivingen in Functioneren

De deelnemers aan de studie kregen 31 statements gepresenteerd. Die diverse aspecten van functioneren in kaart willen brengen.

In twee afbeeldingen hiernaast zie je de 8 statements die, voor deze groep cliënten, de grootste verschuivingen lieten zien. Opnieuw getoond in rode ‘rapportcijfers’.

Er zijn nog enkele, hier niet getoonde, statements die één heel rapportcijfer verschoven: “Ik plan taken en activiteiten en kan onderscheiden wat belangrijk is en wat niet” – “Ik val gemakkelijk in slaap” – “Ik voel me zelfverzekerd” – “Ik kan afleidingen negeren en gefocust blijven” – “Ik blijf kalm en gefocust onder druk”.

De scores op de resterende statements verschoven in mindere mate. Op twee na laten ze echter alle een verschuiving in positieve zin zien.

Het vervullen van de belangrijkste wens of hoop

Men gaf in de eerste vragenlijst aan welke hoop of wens men voor ogen had bij het starten van het trainingstraject.

Bij de eindvragenlijst werd hun genoemde wens of hoop opnieuw weergegeven en gevraagd of, en in welke mate, deze vervuld werd.

29% van de deelnemers aan het onderzoek antwoordde met „zeer zeker“;
67% antwoordde met „enigszins“;
5% van de deelnemers aan het onderzoek antwoordde met „helemaal niet“.

Algemene tevredenheid

48% van de cliënten vond de algehele ervaring bevredigend;
24% gaf aan dat deze zeer bevredigend was;
24% vond de ervaring enigszins bevredigend;
5% vond de ervaring helemaal niet bevredigend.

Deel artikel